Hulp bij

scheiding: KNOOOP

Werkwijze

Na aanmelding wordt u uitgenodigd voor een kennismaking waarin wij onze aanpak verder uitleggen. Vervolgens neemt u de beslissing of u voor KNOOOP kiest of niet. Wanneer u kiest voor KNOOOP wordt u uitgenodigd voor een uitgebreide intake.

 

Meer info

Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis in het leven van een kind, ouders en andere betrokkenen. 

Sinds 1 januari 1998 is in de wet opgenomen dat ouders in principe gezamenlijk het gezag over hun kinderen behouden. Op 1 maart 2009 trad de “Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding” van kracht. Na scheiding is er sprake van “gelijkwaardig ouderschap” een ouder is verplicht de band van het kind met de andere ouder te bevorderen. Ook het maken van een ouderschapsplan is sindsdien verplicht.

Een scheiding levert altijd een bepaalde mate van strijd op. Dat is niet per definitie erg. Het wordt pas erg als deze leidt tot voortdurende conflicten en juridische strijd.

Na een scheiding is het voor het kind het beste als de ouders de ruzies beëindigen en in goed overleg de zorgtaken verdelen. Echter weten we ook dat er veel ouders zijn die daar niet in slagen.

Knooop neemt met goedkeuring van beide ouders beslissingen over vraagstukken betreft opvoeding en verzorging van het kind wanneer het ouders zelf niet lukt om tot een overeenstemming te komen, al dan niet met professionele hulp.

Voorwaarde is dat beide ouders gezag hebben en het kind bij (een van de) ouders woont.

Wanneer er al hulp betrokken is, hoeft dat dus geen belemmering te zijn om gebruik te maken van Knooop. Het kan reeds ingezette hulp juist positief beïnvloeden.

Knooop zal niemand anders dan de ouders en het kind benaderen om tot een besluit te kunnen komen. Wanneer Knooop onvoldoende informatie heeft om tot een besluit te kunnen komen, zal Knooop de ontbrekende informatie bij ouders opvragen.

Knooop zal geen beslissing nemen wanneer de rechter al een uitspraak heeft gedaan over hetgeen gevraagd wordt.

Knooop neemt geen beslissingen aangaande financiën.

 

Voorbeeld

Situatie: Twee kinderen, een meisje van 14 en een jongen van 11, wonen bij hun moeder en gaan om de week een weekend naar hun vader. Vader haalt ze vrijdag van de scholen op en brengt  ze maandagochtend weer naar de scholen terug. Het is niet goed wanneer ouders elkaar zien in het bijzijn van de kinderen omdat die situatie te veel spanning met zich meebrengt.

De ene ouder wil dat de kinderen hun spullen zelf mee naar school nemen. De andere ouder wil dat vader de helft van de keren de spullen ophaalt bij moeder en dat moeder de helft van de keren de spullen brengt naar vader.

Bij het halen en brengen van de spullen worden de spullen van te voren buiten gezet zodat ouders elkaar niet hoeven te zien, dat kan omdat beide ouders beschikken over een plek waar de spullen veilig en droog kunnen staan.

In een gesprek met het oudste kind geeft zij aan best zelf haar spullen mee te willen nemen, maar ze wil ook graag haar keybord in het weekend gebruiken en dat kan dan niet. Met het jongste kind is niet gesproken

Besluit: De ouders halen en brengen de spullen, vrijdag voor het halen van school en maandag na het brengen naar school. Ouders zetten de spullen van te voren buiten klaar.

Onderbouwing: Beide kinderen zijn oud genoeg om te kunnen beseffen dat het beter is wanneer ouders elkaar niet zien, het is hierbij aan beide ouders om daar ook duidelijke uitleg over te geven zonder de andere ouder te beschuldigen. Hoewel beide kinderen op een leeftijd zijn dat ze ook zelf hun spullen mee naar school zouden kunnen nemen, is het meer in hun belang wanneer ze voelen dat hun ouders dat voor hen regelen. Daarbij is het fijn wanneer de oudste ook in het weekend keybord kan spelen.

Hierbij het advies om opnieuw een besluit te nemen wanneer beide ouders denken er aan toe te zijn om de spullen in de aanwezigheid van de kinderen aan elkaar te geven. Door dat te doen geef je als ouder (indirect) emotionele toestemming om naar de andere ouder te gaan. Een dergelijke concrete actie is nog sterker dan enkel te zeggen dat het goed is om naar de andere ouder te gaan.

 

Voorbeeld 2

Situatie: twee meiden van 4 en 6 jaar wonen 10 dagen bij moeder en 4 dagen, van donderdag tm zondag, bij vader. Doordat een ouder ander werk heeft wil deze de regeling wijzigen naar doordeweeks bij moeder en in het weekend bij vader. De andere ouder wil het houden zoals het is

Besluit: De regeling blijft zoals die is.

Onderbouwing: Hoewel een regeling van doordeweeks bij de ene ouder en in het weekend bij de andere ouder zou kunnen, heeft het niet de voorkeur. Het is in het belang van de kinderen dat zij met beide ouders een goede band op kunnen bouwen, daar dragen doordeweekse dagen en dagen in het weekend aan bij. Ook is het in het  belang van de kinderen dat ouders kunnen zorgen voor een inkomen. Het is daarom niet bezwaarlijk wanneer de ouder waar de kinderen het minst zijn een oppas regelt voor de dagen dat er gewerkt moet worden.